Resultaten

Overgewicht

Om te kijken of personen met overgewicht een verhoogd risico hebben op het krijgen van dikke darmpoliepen is vanuit de verzamelde gegevens de BMI berekend van alle deelnemers. Vervolgens is er gekeken of personen met een hoog BMI een hoger risico hadden op het ontwikkelen van darmpoliepen.

Uit de GeoLynch studie bleek dat mannen met overgewicht 8 keer zo vaak dikke darmpoliepen ontwikkelden in de tijd dat wij ze hebben gevolgd dan mannen die geen overgewicht hadden. Bij vrouwen bleek dit verband er niet te zijn.

Omdat de vetverdeling bij mannen en vrouwen niet hetzelfde is, is het interessant om in de toekomst nog te kijken naar de middelomtrek in plaats van BMI.

Botma et al

Roken en alcohol consumptie

Om te kijken of roken het risico op darmpoliepen verhoogt bij personen met Lynch Syndroom is de groep opgesplitst in drie categorieën; rokers, personen die gestopt zijn met roken en nooit-rokers.

Het bleek dat rokers een verhoogde kans hebben op het ontstaan van poliepen vergeleken met mensen die nooit gerookt hadden: voor rokers was het risico op poliepen 6 keer hoger dan voor nooit-rokers. Personen die in het verleden gerookt hadden, hadden een 2 keer hoger risico ten opzichte van de personen die nooit gerookt hadden.

Deze resultaten suggereren dat het stoppen met roken voordelen kan hebben voor personen met Lynch Syndroom die nu wel roken, omdat dit het risico op het ontwikkelen van poliepen kan verlagen.

Voor alcohol consumptie zijn er binnen de GeoLynch studie minder duidelijke effecten gevonden. Mensen die aangaven regelmatig alcohol te drinken hadden een iets hoger risico op poliepen dan mensen die nauwelijks alcohol dronken, maar dit verschil was niet groot

Winkels et al.

Voedingspatronen

Binnen de GeoLynch studie is er ook gekeken naar verschillende eetpatronen en het risico op de ontwikkeling van poliepen. Om dit te onderzoeken waren de deelnemers van de GeoLynch studie ingedeeld op basis van wat ze gewend zijn te eten.

Er bleken hierbij vier veelvoorkomende patronen te onderscheiden: het “Snack” patroon, het “Vlees” patroon, het “Kosmopolitische” patroon en het “Traditionele” patroon, zie figuur. Van deze vier voedingspatronen bleek dat personen die veel producten eten die binnen het “Snack” patroon vallen een hoger risico hebben op de ontwikkeling van poliepen in de darm in vergelijking met personen die weinig producten van het “Snack” patroon eten. De resultaten voor de overige drie patronen waren niet overtuigend genoeg om een conclusie te kunnen trekken.

Deze resultaten suggereren wel dat bepaalde voedingspatronen van invloed zijn op de ontwikkeling van darmpoliepen. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen wat de precieze relatie is tussen voedingspatronen en de ontwikkeling van darmpoliepen of tumoren bij personen met Lynch Syndroom.

Botma et al

Voedingssupplementen

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat er geen verband is tussen het gebruik van voedingssupplementen en het ontstaan van dikke darmkanker bij mensen die niet erfelijk belast zijn. Maar hoe zit dat voor mensen met Lynch Syndroom? Is het risico op het krijgen van een darmtumor lager, hoger of hetzelfde voor mensen die voedingssupplementen gebruiken in vergelijking met mensen die geen voedingssupplementen gebruiken?

In de GeoLynch studie gebruikt 40% van de deelnemers één of meerdere voedingssupplementen. Als we de GeoLynch deelnemers verdelen in supplementgebruikers en niet-supplementgebruikers, zien we dat 28,7% van de gebruikers een darmtumor ontwikkelde in de tijd dat wij ze hebben gevolgd. Bij de niet-gebruikers wat dit percentage 24,1%. Dit verschil is niet groot en daarom concluderen we dat er in de GeoLynch studie geen relatie is gevonden tussen het gebruik van voedingssupplementen en het ontstaan van darmtumoren.

Heine-Broring et al

B-vitaminen vanuit de voeding

B-vitaminen spelen een rol in de opbouw/vorming van DNA. Daarom hebben we onderzocht of vitamine B2, vitamine B6, vitamine B12 en methionine vanuit de voeding geassocieerd zijn met de ontwikkeling van tumoren in de darm.

Om dit te onderzoeken hebben we gekeken naar hoeveel van deze stoffen alle deelnemers binnen krijgen via de voeding. Dit is berekend vanuit de voedingsvragenlijst die alle deelnemers hebben ingevuld. In de analyses is er gecorrigeerd voor eventuele voedingssupplementen die de deelnemers gebruiken, zodat we echt alleen naar het effect van deze B-vitaminen vanuit de voeding konden kijken.

Uit de resultaten blijkt dat er geen relatie is tussen een hoge inname van B-vitaminen en de ontwikkeling van darmkanker bij personen met Lynch syndroom.

Jung et al

Wetenschappelijke publicaties